Dit is informatie over Collies


Collie portret
Ontstaansgeschiedenis

De collie is afkomstig uit Schotland. In Nederland wordt de hond ook wel Schotse Herdershond genoemd.
Naast de langharige variant, de Rough Collie, komt ook een kortharige, de Smooth Collie, voor.
Van beide variëteiten is de langharige het bekendst. Een kenmerk van beide varianten is de lange voorsnuit.
Er zijn ook enkele grote verschillen tussen de beide variëteiten: daarom zijn het twee verschillende rassen.
De collie is één van de oudste Britse rassen. De honden werden met name vanaf de achttiende eeuw als herdershond gebruikt,
waardoor de oorsprong niet meer exact is aan te geven. Een eerste tekening van de Collie komt voor in een boek uit 1800.
Over de eventuele voorouders bestaan verschillende veronderstellingen. Zo zouden de Newfoundlander, de Gordon Setter,
de Deerhound en de Schotse Terriër een aandeel in het ontstaan van deze hond gehad hebben. Ook bij het fokken van bepaalde nakomelingen vond men het niet nodig stambomen aan te leggen,
zodat ook langs die weg geen nadere gegevens bekend werden.
Pas later, in de loop van de negentiende eeuw, begon men met het fokken op uiterlijke kenmerken.
De honden uit die tijd waren kleiner dan de huidige en hadden een korter hoofd. Pas aan het eind van de negentiende eeuw kreeg men enig zicht op een standaard en konden aan hoogte en gewicht eisen worden gesteld.
Na die datum bleken fokkers in staat de eigenschappen van de hond te behouden en zelfs te verbeteren. Bij dit fokproces ontstonden de twee hierboven genoemde rassen.
De hond werd veelvuldig in Noord- en Zuid-Amerika voor het hoeden van kudden ingezet. Later werd hij ook in Australië ingezet.

Uiterlijk
Collies zijn middelgrote honden die vooral door hun gratie opvallen. De reuen van de Rough Collie kunnen een schofthoogte van 56 tot 61 cm bereiken, de teven
een hoogte van 51 tot 56 cm. Het gewicht van de reuen ligt tussen de 21 en 29 kg, de teven wegen 18 tot 25 kg. Bij de Rough Collie zijn drie kleuren volgens de rasstandaard erkend:
sabelkleurig met wit, ‘blue merle’ en driekleurig. De kleuren van de laatste zijn overwegend zwart en wit met een ‘tan’-kleurige aftekening. De sabelkleur kan variëren van lichtgoud tot donker mahonie of geschaduwd sabel.
Lichte kleuren als roomkleurig en strogeel zijn niet gewenst. Bij de ‘blue merle’ ligt de nadruk op een lichte, zilverachtige, blauwe kleur; bij de driekleurige variëteit overheerst het zwart.
In alle gevallen is de typische witte aftekening toegestaan. De vacht moet dicht en kort zijn. De dekvacht is grof en recht, de ondervacht daarentegen wollig zacht en dicht, waardoor de huid goed isoleert.
De haren op de bef en de manen moeten overvloedig zijn. Het haar op de kop is kort, maar bij de basis van het oor duidelijk dikker. De punten van de oren zijn eveneens van kort haar voorzien. De voorpoten zijn goed behaard;
het haar op het onderste deel van de achterpoten, onder het spronggewricht, is kort. Het bovenste deel van de achterpoten en de staart hebben een overvloedige beharing.

Karakter
De Collie wordt veelvuldig als gezinshond gehouden. Het is een vrolijke, attente en waakse hond. Hij gedraagt zich sociaal en beschermend, is aanhankelijk en lief ten opzichte van het gezin waarbinnen hij leeft.
Hij is graag in de buurt van zijn baas of bazin en gaat niet vlug zwerven. De hond maakt een gevoelige, intelligente en attente indruk en is werkwillig en energiek.
Door hun aard zijn Collies vriendelijk tegenover kinderen. Ook soortgenoten en andere huisdieren worden geaccepteerd. Tegenover bezoekers gedraagt deze hond zich ook vriendelijk, tenzij de hond denkt dat het om indringers gaat.

Opvoeding en verzorging
De opvoeding van Collies is geen moeilijke aangelegenheid. De dieren leren snel en zijn in staat goed op de intonatie van de stem te reageren. Als u de hond straf geeft, ga dan niet schreeuwen. Straf hem niet met harde hand.
Volwassen Collies hebben veel beweging nodig. Bied ze, naast de dagelijkse rondjes, langere wandelingen of extra bewegingsmogelijkheden aan. Daarbij kan van een balspel, behendigheids- en gehoorzaamheidstrainingen gebruikgemaakt worden.
Door de lange haren van de vacht moet de Rough Collie minstens één keer per week goed geborsteld en gekamd worden. Daarbij moet de gehele lengte van de haren bewerkt worden, zodat het ontstaan van klitten wordt voorkomen.
Tijdens de rui is een dagelijkse borstelbeurt aan te bevelen.

Ogen
De ogen zijn amandelvormig en middelgroot, en staan schuin.
Ze zijn donkerbruin, behalve die van de collies met een zilverblauwe kleur (‘blue merle’):
Deze hebben vaak blauwe of blauwgevlekte ogen.

Oren
De oren van de collie zijn klein en worden in rust naar achteren neergeslagen.
Maar bij het minste geluid gaan ze naar voren en half omhoog.

Neus
De gladde, mooie ronde snuit van de collie eindigt in een neus die helemaal zwart moet zijn. Zijn lange snuit is heel praktisch: hij kan hem zo’n beetje overal insteken, op zoek naar iets lekkers!

Vacht
Er bestaan drie kleurvariaties: sabelkleur (van lichtgoud tot diep mahonie) met wit,
driekleur (zwart, wit en gevlamd) of zilverblauw (blue merle).
Pas op tweejarige leeftijd is de prachtige vacht van de collie volgroeid.

Staart
De staart is lang en reikt tot over het spronggewricht. In rust hangt hij laag, maar bij de minste aanleiding komt de staart vrolijk omhoog.

In het kort
Hoogte: 51 tot 61 cm
Gewicht: 18 tot 29 kg.
Herkomst: Groot-Brittannië
Tijdvak: 14de eeuw