Diergeneeskundige sectie



inleiding
Honden kunnen last hebben van inwendige en uitwendige parasieten. Inwendige parasieten houden zich op binnen de inwendige organen van de hond, zoals maagdarmkanaal, lever, longen en spieren. Er moet eerst door de dierenarts een diagnose gesteld worden bij de inwendige parasieten voordat een middel gegeven kan worden om de hond er weer vanaf te helpen. Iedere parasiet heeft namelijk zijn eigen middel nodig. Sommige parasieten komen vooral in het buitenland voor, waar het warmer is en waar de parasieten beter gedijen dan in het koude Nederland. Naast de inwendige en uitwendige parasieten zal ook aandacht worden geschonken aan schimmels.

inwendige parasieten
Als we over wormen spreken dan maken we een onderscheid tussen de zgn. ronde en de platte wormen. De platte wormen kunnen nog verder onderverdeeld worden naar lintwormen en zuigwormen. Tot de ronde wormen behoren de spoelwormen die zeer bekend zijn en vaak voorkomen. Naast de spoelworm horen de mijn- of haakwormen en de hartworm tot de ronde wormen. Tot de lintwormen orde behoren onder meer de Dipylidium caninum en de Ecchinococcus. Tot slot behoren onder meer de leverbot tot de zuigwormen. De meeste wormen kunnen gemakkelijk via een onderzoek van de ontlasting worden aangetoond.

babesiosis
Deze ziekte lijkt hier niet op zijn plaats, omdat de ziekte wordt overgedragen door de teek, die valt onder de uitwendige parasieten. Echter: de teek brengt een kleine parasiet over die onder de inwendige parasieten valt. Deze inwendige parasiet veroorzaakt babesiosis, die gepaard gaat met koorts, bloedarmoede, verkleurde urine en geelzucht. Vooral in Middellandse Zeegebieden komt deze ziekte voor. Hoewel de ziekte in Nederland niet vaak voorkomt dient u de hond goed te controleren op teken. Behandeling is mogelijk in een beginstadium. Gaat u op reis, zorg dan voor vaccinatie (zie ook reizen).

Wormen
Van de verschillende soorten wormen die bij de hond voorkomen worden onderstaand enkele behandeld.

spoelwormen
De spoelworm (ascaridia) komt veelvuldig voor bij de hond. Bijna iedere pup komt ter wereld met deze besmetting. Deze wormen hebben een directe levenscyclus, hetgeen wil zeggen dat de besmetting van hond op hond plaats kan vinden. De spoelworm is eenvoudig gebouwd en een vrouwtje van de spoelworm kan per dag honderdduizenden eieren (totaal ruim 80 miljoen) produceren. De spoelworm kan maximaal 10 cm lang worden. Deze worm leeft in de tweede helft van de dunne darm. Soms komen de wormen met de ontlasting en met braaksel naar buiten. Op deze manier worden ook dikwijls mensen besmet! De eitjes van de spoelworm komen ook met ontlasting naar buiten. Overigens bestaan twee soorten spoelwormen die op verschillende manier een cyclus doorlopen. Het voert echter te ver om hier dieper op in te gaan. Belangrijk is dat men pups bekijkt op het bestaan van spoelwormen. Is een pup ernstig besmet, bijvoorbeeld als een fokker de pups niet tweemaal ontwormd heeft, dan zal de buik erg opgezet zijn, terwijl de hond mager wordt en een zieke indruk maakt. Pups moeten enkele malen ontwormd worden met een middel van de dierenarts. Deze kuur moet minimaal eenmaal per jaar herhaald worden, maar een hond raakt nooit helemaal de spoelwormen kwijt. Echter: een volwassen hond heeft een afweer tegen de spoelworm waardoor een volwassen spoelworm niet vaak voorkomt binnen het organisme.

mijn- of haakwormen
De haakworm wordt ook van hond tot hond overgebracht en geeft in de meeste gevallen geen duidelijke verschijnselen. In ernstige gevallen treedt bloedarmoede op. Vooral in Zuid Europeese landen komen deze wormen voor. De larven van deze wormen worden soms via drinkwater opgenomen, of dringen actief door de huid heen. De worm - die in Nederland weinig voorkomt - is gemakkelijk te bestrijden waarbij ook de omgeving goed moet worden aangepakt. Raadpleeg uw dierenarts.

zweepwormen
De zweepworm wordt ook van hond op hond overgebracht, waarbij moet worden opgemerkt dat eitjes vaak langdurig (jarenlang!) in de grond aanwezig kunnen blijven met alle gevaren van dien. De worm bevindt zich in het achterste gedeelte van het maagdarmkanaal. Is de hond besmet, dan zal de hond lusteloos zijn, diarree hebben, bloedarmoede hebben en wellicht vermageren. Ook deze worm is na het stellen van de diagnose gemakkelijk te bestrijden waarbij zeker de omgeving niet vergeten mag worden.

lintwormen
Lintwormen (Cestoda) wordt in tegenstelling tot de eerder beschreven wormen niet van hond op hond overgedragen. De lintworm heeft namelijk een zgn. indirecte levenscyclus, hetgeen betekent dat deze parasiet een "tussengastheer" nodig heeft, een geheel andere diersoort. Besmetting vindt plaats wanneer de hond deze "tussengastheer" opeet. Voorbeelden voor besmetting zijn onder meer opeten van (besmette) vlooien, knaagdiertjes, besmette vis en vlees. Vooral een goede vlooien bestrijding ligt op de weg van de hondenbezitter en zal dus een hoge prioriteit moeten hebben. De lintworm zal zich in de hond vastboren in de darmwand, waarbij achter de kop steeds nieuwe leden ("stukje worm") zullen aangroeien. Meestal zijn er geen verschinselen wanneer de hond besmet is. Eventueel treedt gewichtsverlies op en diarree. Wanneer de hond besmet is vindt u meestal segmenten (kleine delen) van de lintworm onder de staart of in de mand en in de ontlasting. De hond heeft geen afweer tegen deze worm (zoals wel het geval is tegen de spoelworm) en men zal dus met medicamenten de worm moeten bestrijden.

zuigwormen
Zuigwormen komen niet vaak voor en hebben zelfs twee tussengastheren nodig, nl. de slak en de vis. Zuigwormen trekken door het leverweefsel van de hond en vernietigen alles wat er op hun weg komt. De leverfunctie zal derhalve ernstig gestoord zijn wanneer de hond besmet raakt.

hartwormen
De hartworm (Dirophilaria) houdt zich niet op in de darmen maar in de bloedvaten en bij voorkeur in de rechter hartkamer. Aan deze wormen soort wordt ook op de reispagina aandacht besteed. De parasiet kan dodelijk zijn als niet tijdig wordt ingegrepen. De parasiet beschadigt het hart, longen en de lever. Ook deze parasiet heeft een tussengastheer nodig voor besmetting, namelijk de muskiet (steekmug). De mug zuigt bloed bij een besmette hond en kan een andere hond twee weken later weer op zijn beurt besmetten door larven via de beet in de bloedbaan van de hond te brengen. Een besmette hond zal een verminderd uithoudingsvermogen hebben, eventueel hoesten en in ernstige gevallen hartfalen vertonen. Zorg ervoor dat de hond niet gestoken wordt!

Tips
Uit bovenstaand overzicht mag blijken dat een goede hygiene belangrijk is. Controleer wanneer u een pup aanschaft of het pupje tweemaal ontwormd werd. Is dit niet gebeurd, geef dan alsnog de kuur die u bij de dierenarts kunt halen. Herhaal de kuur tegen spoelwormen jaarlijks en controleer de ontlasting op andere wormen. Tegenwoordig bestaat de kuur een enkele pil die de wormen zal uitdrijven. Let op vlooien en teken bij de hond. U weet nu dat dit niet alleen uitwendig voor problemen zorgt!

uitwendige parasieten
Tot de uitwendige parasieten behoren ondermeer de vlooien, luizen, teken en schurftmijt. De uitwendige parasieten kunnen onderverdeeld worden in insecten en spinachtigen. Vlooien en luizen behoren tot de insecten, want zij hebben 6 poten, terwijl de mijten en teken tot de spinachtigen behoren, beiden met 8 poten. Alle genoemde parasieten bevinden zich op, of vlak onder de huid van de hond. Niet alleen huidaandoeningen worden veroorzaakt door deze parasieten, ook allerlei inwendige problemen kunnen door uitwendige parasieten worden veroorzaakt (zie inwendige parasieten). Er zijn diverse bestrijdingsmiddelen beschikbaar, die ieder op een andere fase in de levenscyclus van de parasiet kunnen ingrijpen. Bovendien zijn de ontwikkelingen snel, zodat steeds nieuwere en betere middelen worden ontwikkeld, die minder schadelijk zijn voor de hond.

vlooien
Een vlo is een klein, bruin insect zonder vleugels. Het lichaam is zijdelings afgeplat. De vlo kan enorm ver springen. De hond is voor de vlo gastheer en zal slechts gedurende korte tijd voor "huisvesting" zorgdragen. De volwassen vlo zuigt bloed en legt eitjes op allerlei plekken in huis, zoals kiertjes, in de hondenmand en dergelijke. Uit de eitjes komen witte larfjes die zich voeden met dierlijk afval. De levenscyclus varieert naar gelang de (omgevings-)omstandigheden van 3 weken tot wel 2 jaar. Dit is afhankelijk van vochtigheidsgraad en temperatuur van de omgeving. Wanneer het vochtig en warm is gedijt de vlo het beste. Vlooien kunnen niet goed tegen koude, maar de eitjes en larven blijven in leven en wachten totdat het warmer wordt en groeien dan uit tot volwassen vlooien. Zo kan het gebeuren dat u terug komt van vakantie en u besprongen wordt door een horde vlooien! De beet van een vlo is slechts klein, maar kan een hevige reactie oproepen bij de hond. Ze gaan erg krabben en zichzelf bijten en veroorzaken zo weer andere huidproblemen. Er kan eczeem ontstaan, en haren kunnen uitvallen. Bovendien kan de hond lintwormen krijgen door het opeten van een besmette vlo (zie lintwormen). U kunt gemakkelijk herkennen of de hond vlooien heeft doordat de hond zich vaak krabt. Wrijf tegen de haren in en kijk op de blote huid of u zwarte stipjes ziet. Dit is vlooienontlasting en zeer herkenbaar. Soms ziet u zelfs de vlooien lopen in de vacht. Heeft de hond vlooien, pak dan niet alleen de hond aan met een goed bestrijdingsmiddel, maar ook de omgeving. Immers: de eitjes en larven leven niet op de hond zelf, maar in de omgeving. Die moeten dus ook worden uitgeroeid!

luizen
Luizen zijn ook insecten zonder vleugels en met plat lichaam. Er bestaan twee soorten luis, de haarluis en de bloedluis. De haarluis is 2 mm groot, heeft een brede kop en voedt zich met huidschilfers en bloed. De bloedluis is langer en leeft alleen van bloed. Luizen worden overgedragen door direct contact van het ene dier met het andere. Ook overdragen via een kam of borstel is goed mogelijk! De luizen geven een enorme jeuk, waardoor de hond zich zal gaan krabben en onrustig wordt. U herkent luizen aan witte korreltjes - de eitjes - die aan de haren vast zitten. Ook via een luizenkam - een heel fijne kam - kunt u controleren of de hond luizen heeft. Behandeling is eenvoudig, maar zorg wel dat alle honden in huis worden behandeld.

teken
De teek is 2 mm groot, maar kan, wanneer hij zich heeft volgezogen met bloed van de hond wel zo groot zijn als een koffieboon. Als de teek zich vastgrijpt in de hond, zal hij zich met zijn kop ingraven in de huid. Wat u dan ziet, is een grijs bolletje. U kunt ze echter ook op de vacht zien lopen, voordat ze zich hebben ingegraven. De teek ziet er dan uit als een spinnetje. Het is dan zaak om de teek direct van de hond af te halen voordat ze zich vastgraven. Er zijn overigens 850 soorten teken, die verschillende ziekten kunnen veroorzaken. De bekendste ziekte is Babesiosis, maar zeker zo belangrijk tegenwoordig is Lyme (voor mensen) en Ehrlichia canis. Teken voeden zich gedurende de levenscyclus ook op knaagdieren en andere dieren. Op zich is een tekenbeet geen probleem, maar doordat veel teken zijn besmet, kunnen zij ernstige ziekten overbrengen. Zeker in Middellandse Zee Gebieden is de teek vaak besmet. Doe een hond derhalve altijd een tekenband om in deze gebieden (zie ook reizen). Zeker als de hond door struikgewassen rent is de kans groot dat een teek op de hond valt. Controleer de hond derhalve altijd op teken! Heeft de teek zich volgezogen met bloed dan laat de teek zich weer vallen. Op deze manier kan een teek dus in huis terecht komen en eventueel ook op u terecht komen. Een volgezogen teek die van de hond op de grond valt ziet er uit als een soort "grijze erwt". Vernietig deze dus direct wanneer u deze op de grond tegenkomt! Een teek verwijdert u het beste met een tekentang, een grijpertje die gemakkelijk de teek verwijderd uit de huid. Heeft u geen tekentang, gebruik dan een druppeltje aceton of petroleum, dat u op de teek druppelt, wacht even en haal dan de teek met een draaiende beweging uit de huid. Let op dat u ook de kop verwijdert, omdat er anders een ontsteking kan ontstaan. Een beetje jodium na verwijderen is prima.

Mijten
Er zijn verschillende soorten mijten. De meest voorkomende zijn de sarcoptes die schurft veroorzaken, de demodex, ook bekend als jeugdschurft veroorzaker, octodectus of oorschurftmijt en cheyletiella parasitovorax. De diagnose en behandeling gebeurt altijd via de dierenarts.

sarcoptes (schurftmijt)
Deze diertjes zijn nauwelijks waarneembaar met de microscoop. De mijten boren hele fijne gangetjes in de opperhuid van de hond. Daar leggen vrouwtjes hun eitjes. Er zullen korstjes ontstaan op de huid, omdat de huid iets omhoog wordt geduwd door het graven. De hond zal vaak kale plekken hebben aan oren, snuit, ellebogen en poten. Behandeling is moeilijk en langdurig. Bovendien kunnen mensen ook besmet raken, hoewel de mijt slechts enkele dagen in leven blijft op de mens.

demodex (jeugdschurftmijt)
Sommige lijnen en rassen zijn extra gevoelig voor demodex. De demodex mijt leeft in de talgkliertjes en in de haarzakjes. Besmetting vindt plaats van moeder op pups. Er bestaan eigenlijk twee vormen, namelijk een "droge" en "natte" vorm. Bij een droge vorm is alleen de mijt betrokken, bij de natte zijn er ook bacterien aanwezig die dikwijls pusachtige ontstekingen veroorzaken van de huid. Pups die aangetast zijn hebben vaak verdikkingen - dikwijls grijsachtig - op de snuit, de poten en rond de ogen. Als de hond niet teveel jeuk heeft is het dikwijls goed te behandelen. Is het ernstiger dan is behandeling moeilijker en vaak erg duur. Behandeling is vaak zeer langdurig.

octodectus (oorschurft)
Deze mijten leven in de gehoorgang van de hond. Deze mijt is erg besmettelijk. Heeft u meerdere honden dan zult u ontdekken dat vaak alle honden besmet zijn. De hond zal met zijn kop schudden, met zijn kop over de grond schuren, zijn hoofd scheef houden of het oor vreemd laten hangen. Als de mijt niet behandeld wordt ontstaat dikwijls een chronische aandoening tesamen met een ontsteking. Het is erg pijnlijk voor de hond, dus let op de tekenen van oormijt. U ziet dikwijls een vieze bruine oorsmeer in de gehoorgang en het oor (en soms zelfs de hele hond) ruikt erg (scherp) onaangenaam. Geregeld de oren schoonmaken helpt oormijt voorkomen. Hou er rekening mee dat deze aandoening vaker voorkomt bij honden met lange hangende oren. Knip geregeld de haren uit de oren om de gehoorgang schoon te houden.

cheyletiella
Deze mijt komt vooral voor bij cavia's en konijnen, maar soms ook bij de hond. De mijten lijken op huidschilfers en veroorzaken jeuk, haaruitval en schilfering. Kijkt u met een loep dan zult u de "schilfers" zien bewegen. Denkt u dat uw hond roos heeft en krabt de hond zich veelvuldig, laat dan de dierenarts checken op mijten. De mijten kunnen overgaan op de mens. Behandeling is gemakkelijk.

schimmels
Er zijn verschillende soorten schimmels die vaak voorkomen bij de hond. Overigens kunnen deze zich ook op de mens handhaven. Als de hond kale plekjes heeft dient u bedacht te zijn op schimmels. Meestal worden de plekjes steeds ronder, waarbij in het centrum "herstel" optreedt, zodat er een soort ring ontstaat. Er wordt derhalve ook wel gesproken van ringworm, hoewel het helemaal niets te maken heeft met wormen. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.

Tips
Controleer uw hond regelmatig op vlooien, teken en luizen. Het is aan de eigenaar om de hond regelmatig te kammen en te borstelen en tegelijkertijd de oren te inspecteren en een parasieten controle te doen. Strijk op verschillende plekken op de hond tegen de haargroei in en let op witte korreltjes (luizen), vlooienpoepjes of teken. Favoriete plekken zijn de hals en boven de staart.
Heeft de hond huidproblemen en moet u naar de dierenarts, let er dan op dat de dierenarts eventueel een afkrabsel maakt van de huid, en onder de microscoop bekijkt. Ook een kweekje kan uitkomst bieden wanneer het gaat om een schimmel of bacterie.

inleiding
Een belangrijke eigen verantwoordelijkheid is om te voorkomen dat uw hond ziek wordt. Voor een aantal besmettelijke ziekten kan de hond worden gevaccineerd. Bij vaccinatie wordt de ziekteverwekker in verzwakte vorm bij een gezond dier ingespoten. Door de aanraking met de ziekteverwekker zal het lichaam antistoffen gaan aanmaken die het dier beschermen tegen de werkelijke ziekte. Bescherming verschilt per vaccinatie. Sommige vaccinaties zijn 2 jaar geldig (o.a.hondeziekte), andere maar 1 jaar (ziekte van Weil). Er bestaat ook een seruminjectie, waarbij antistoffen worden ingespoten en het lichaam dus zelf niet actief wordt. Dit kan gebeuren bij zieke dieren. De werking is veel korter. Vaccinaties worden gegeven volgens een bepaald schema om ervoor te zorgen dat het dier continu beschermd blijft. Als uw hond toch een keer ziek wordt, twijfelt u er niet aan om uw hond de beste zorg te geven. Dit kan nog wel eens in de papieren lopen. Het is daarom verstandig uw hond te verzekeren tegen medische kosten veroorzaakt door ongeval en ziekte. Dier & Zorg biedt een uitgebreide ongevallen- en ziektekostenpolis voor hond en kat. Deze polis kent duidelijke voorwaarden en hoge maximale vergoedingen. Uw hond is er beter mee af!
Voor welke ziekten vaccineren?
de volgende alinea kwam tot stand met informatie van Mevr. H. van Hassel, waarvoor onze dank!

hepatitis
HCC (Hepatitis Contagiosa Canis) of Ziekte van Rubarth wordt veroorzaakt door een virus, waarvan de verspreiding plaatsvindt via de lucht en via speeksel en urine van besmette dieren.
Symptomen: koorts, sufheid, anorexie, braken, diarree, huidbloedingen, oogontsteking, icterus, pijnlijk abdomen, ontstoken keel en tonsillen, bloed in urine. Als de patient de eerste dagen overleeft, bestaat er een redelijke kans op genezing.

hondeziekte Hondeziekte of ziekte van Carrť wordt veroorzaakt door het hondeziektevirus. De verspreiding vindt plaats via de lucht en via speeksel, urine en ontlasting van besmette dieren. Het virus is zeer besmettelijk voor honden van alle leeftijden, maar komt het meest voor bij pups en verzwakte honden.
Symptomen: In het acute stadium zijn dat koorts, braken, anorexie, ontstoken tonsillen en een zwakke vochtige hoest. In een later stadium ook huidontsteking in de liezen, oog- en neusuitvloeiing, longontsteking, diarree en uitdroging. De kans op genezing is zeer klein.

ziekte van Weil Leptospirosis of ziekte van Weil kan worden overgedragen door zieke ratten die de bacterie met de urine uitscheiden, waarbij vooral in stilstaand water gevaar bestaat voor mens en hond. Ook kan de bacterie worden overgedragen met de urine van besmette maar niet (meer) zieke honden, door bijvoorbeeld het besnuffelen van elkaars geslachtsdelen. Besmetting via wondjes in huid / slijm-vliezen maar ook door besmet drinkwater of voedsel.
Symptomen: koorts, sloomheid, anorexie, spierpijn, icterus, anaemie, nierontsteking, braken, diarree, rode aders op conjunctiva.Kans op genezing is zeer klein vooral als er laat wordt behandeld. Door aantasting van lever en nieren kan deze infectie bij een niet gevaccineerde hond heel snel fataal zijn. Door vaccinatie opgewekte antilichaamtiters bereiken zelden waarden hoger dan 1:200 en zijn na 2 a 3 maanden weer negatief. De verkregen immuniteit na herhaalde entingen (zoals bij een pup) houdt echter langer aan. Daarom kan men zijn hond voor de jaarlijkse vaccinatie het beste laten vaccineren tegen leptospirose in het voorjaar (april), omdat daarna de kans op besmetting het grootst is en de immuniteit slechts 3 maanden aanhoudt.

VerwekkersLeptospirosa ictohaemorraghicaLeptospirosa canicola
Voorkomen75%25%
Verspreiding doorbruine rat en hondhond
Infectie doordirect of indirect contact met bruine ratdirect of indirect onderling contact tussen honden, waarbij meer reuen zullen worden geÔnfecteerd
Gem. Leeftijd bij infectie4 jaar6,5 jaar
Bijzonderhedenkomt voornamelijk voor bij jonge honden vanaf spenen en is meestal dodelijkkan heel lang met urine uitgescheiden worden


Parvo
Parvo wordt veroorzaakt door het canine parvovirus. De besmetting is transplacentaal, direct of indirect contact met besmette faeces / urine / braaksel / speeksel, waarbij subklinisch geÔnfecteerde honden reservoir zijn en bepaalde rassen (bijvoorbeeld rottweiler en dobermann) een verhoogde gevoeligheid hebben. Symptomen: hoge koorts, anorexie, braken (soms met bloed), bloederige diarree met typische weeÔge geur, uitdroging. Het virus vermeerdert zich het liefst in sneldelende cellen (darmepitheel en bij zeer jonge pups het myocard).
Infectie bij pups jonger dan 2 wkn: infectie in uterus of als neonaat. Er ontstaat zo een gegeneraliseerde ziekte met acute dood rond 10 dgn. Infectie bij pups 3-8 wkn: myocarditis. Sterfte bij pups jonger dan 3mnd. door cardiale arytmieen. Sterfte bij pups ouder dan 3mnd. door chron. myocardiale fibrose. Infectie bij honden > 8 wkn: oronasale infectie met primaire replicatie in lymfeknopen/pharynx/tonsillen, viremie, leucopenie en lymfopenie in lymfoid weefsel en beenmerg + aantasting intestinale cellen necrose crypten enteritis en diarree (bij ernstige infectie mogelijk fataal). Enting tegen parvo bij pups van 6, 9, 12 en 16 weken.

Corona
Corona wordt veroorzaakt door het coronavirus. De besmetting vindt plaats via ontlasting van besmette honden. Symptomen: koorts, anorexie, braken, oranjekleurige diarree soms met bloed en slijm. Kans op genezing ligt hoger dan bij het parvovirus, maar pups kunnen wel sterven.

kennelhoest
Kennelhoest of kennelkuch is een zeer besmettelijke ziekte bij de hond, die vaak voorkomt en wordt veroorzaakt door meerdere bacteriŽn en virussen, maar bordetella bronchiseptica is de beruchtste. Symptomen: een hardnekkige droge hoest met kokhalzen en slijm opgeven. Waarbij vooral hoesten optreedt bij opwinding of trekken aan de riem, maar soms ook Ďs nachts. In ernstige gevallen: ontstoken ogen, neusuitvloeiing, bronchitis. Goede kans op genezing, maar pups, oudere en verzwakte dieren kunnen wel sterven door de complicaties.

rabies
Hondsdolheid of rabiŽs is een levensgevaarlijke ziekte voor alle warmbloedige dieren. Symptomen kunnen ontstaan na enkele weken tot 3 maanden, waarbij het gaat om gedragsveranderingen, agressie/sloomheid met sterfte binnen een week. Bij het geringste vermoeden van hondsdolheid wordt de hond geŽuthanaseerd in het belang van de volksgezondheid. De ziekte komt in Nederland nagenoeg niet voor, maar de bosrijke gebieden van Duitsland en BelgiŽ zijn berucht om hun hondsdolheidgevaar.

Entschema
Omdat niet alle entingen een even lange werkingsduur hebben, bestaat een schema volgens welke de hond inge-ent kan worden. Als het goed is start het schema al bij de fokker. Vraag hier dus naar en controleer de gegevens! Iedere pup hoort een boekje van de fokker mee te krijgen waar de entingen alsmede de ontwormingskuren in vermeld staan. Bovendien kan men een dierenpaspoort aanvragen bij de Stichting Registratie Gezelschapsdieren Nederland (S.R.G.N.). Met dit paspoort voorkomt men ook dat voor reizen naar het buitenland een apart formulier ingevuld moet worden. Dit kan allemaal in het paspoort worden bijgeschreven. ent schema

Leeftijd van de HondHoe vaak
6         9         14-16> 16-20jaarlijksom het jaar
PuppyentingX-----
Hondenziekte--X--X
hepatites--X--X
Ziekte van Weil--X-X-
RabiesXXX-X-
Parvo *---XX-
*parvo ook op 12 en 16 weken

Zoals gezegd kan naast dit vaste schema ook nog ge-ent worden tegen Kennelhoest en Babesiosis.

kosten De kosten zijn tegenwoordig redelijk hoog. U moet al gauw rekenen op een gulden of 70 voor een volledige enting (prijzen varieren per dierenarts). Maar hierbij geldt zeker: voorkomen is beter dan genezen, eenvoudig omdat genezing vaak niet mogelijk is!

wilt u nog iets weten, of heeft u een suggestie, stuur een e-mail aan onze helpdesk

Ook meer informatie op: alerthondentraining en doggy.net
HOND & VEILIGHEID is een vrijwilligers organisatie die tot doel heeft om aan een zo breed mogelijk publiek informatie te verstrekken over de omgang met honden. Dit door middel van lezingen, lessen folders, advertenties en overige publicaties. Deze informatie gaat met name over de les: "Hoe aai ik een hond". Onderstaand vindt u tips met betrekking tot dit onderwerp.


Deze informatie is bedoeld om het aantal bijtincidenten te verminderen. Elk jaar worden er in Nederland 50.000 mensen medisch behandeld i.v.m. een hondenbeet een kwart daarvan betreft jonge kinderen. Helaas zijn bij deze kinderen de gevolgen veel erger, simpelweg omdat ze kleiner zijn. De oorzaken voor deze ongelukken zijn in drie categorieŽn op te splitsen
Deze volgorde is willekeurig. In de meeste gevallen is het probleem te wijten aan onvoldoende kennis van honden. Dit geldt voor hondenbazen en slachtoffers. Door een aantal simpele regels te leren kan men het risico van een hondenbeet aanmerkelijk verkleinen, uitsluiten helaas niet., omdat men 2 van de 3 categorieŽn niet in de hand heeft.

TIPS VOOR OUDERS en/of HONDENEIGENAREN
Wilt u meer weten, of iemand van de organisatie uitnodigen voor een les? Het is mogelijk om een les te laten verzorgen bij u op de school. Vraag informatie en lees er meer over!
Ook meer informatie op: alerthondentraining en doggy.net
Commentaar over deze Site kunt u mailen aan onze webmaster